Wat een vreemde denkfout wordt er toch gemaakt bij het idee om werklozen in te zetten in het vrijwilligerswerk. Dit vanuit de visie om hen bij de maatschappij te betrekken en tevens als mogelijk alternatief voor reguliere arbeid.

Dit idee bestaat bij de meeste politieke patijen - GroenLinks en de SP niet uitgezonderd.

Om bij het begin te beginnen: Werkloosheid is een situatie waarbij mensen niet door verdiensten uit arbeid in hun onderhoud kunnen voorzien. Als zodanig hebben ze bijstand van de overheid nodig om niet te verkommeren.

Deze situatie ervaart de overheid als vervelend, omdat ze dan geld moet besteden aan uitkeringen, zonder dat daar diensten tegenover staan ('t levert niets op).

De essentie van het probleem zit 'm dus in het niet verdienen (hebben) van geld. Het toestaan van dienstverlening - zonder dat daar loon tegenover staat - is dan dus geen oplossing; sterker nog het is een kwalijke aanpak die het probleem alleen maar vergroot. Dat beleidsmakers en andere belangrijkerds dit toch wel heel eenvoudige principe niet op zijn waarde inschatten, komt doordat ze zich laten leiden door hun klassebewustzijn.

In hun zakelijke wereldje van snelle, efficiente, mooie, jonge, sterke, gezonde en intelligente mensen is geen ruimte en begrip voor kneuzen. Sterker nog, ze zijn een blok aan hun been. Ze zijn een schadepost!

Hun minachting uit zich door voor hun werk (vrijwilligerswerk dus) geen geld over te hebben.

En let wel: Vrijwilligerswerk is vaak zeer belangrijk. Wat te denken van de vrijwillige brandweer, in de hulpverlening en in het onderwijs . "En wat te denken van het opvoeden van kinderen", bijt mijn geŽmancipeerde vriendin me toe.

De oplossing? Ach, die is zo simpel. Je hoeft er alleen maar begrip voor te hebben dat mensen recht hebben op een beloning (loon) voor werk dat hij/zij verricht terwille van de gemeenschap. Dit zou tegenwoordig - na de afschaffing van de slavernij - toch als normaal beschouwd mogen worden.

Nee dus ... en dit klassebewustzijn wordt schrijnend duidelijk wanneer je beseft dat het voor de overheid eigenlijk amper iets uitmaakt of ze geld uitgeeft aan een individuele uitkering of aan een subsidie voor een organisatie waar die betreffende uitkeringstrekker als vrijwilliger werkt.

Een voorbeeldje: De KliŽntenraad in Lelystad. Het is uit te rekenen hoeveel manuren er nodig zijn om de boel daar te kunnen runnen. Iedereen die daar nu als vrijwilliger werkt kan dan dus - nadat de subsidie voor die club is verhoogd met die loonkosten - loon voor zijn/haar werk daar gaan ontvangen.

"En hoe zit 't dan met de hoogte van hun uitkeringen?", reageert de overheid dan natuurlijk verongelijkt.

"Luister eens", antwoord ik dan: "Ik ga jullie volkomen zieke en onrechtvaardige uitkeringssysteem niet verdedigen. Weg Ermee! Een Basis Inkomen - net als de AOW - daar kan je een rechtvaardig beleid op bouwen; dan kunnen we verder praten".

Steven Sterk

--Vrijwilligerswerk